Mei 28 2013
bewerk!
Maar nog niet op vrije voeten.
Mei 21 2013
bewerk!
In de nacht van 25 op 26 april reed er een auto over mijn
voet. En omdat auto’s zware apparaten zijn, leverde mij dit
een gebroken middenvoetsbeentje en bijgevolg vijf weken gips op.
Vanaf dat moment stapte ik, geholpen door twee krukken, de wereld
van de mindervaliden binnen. Er wordt sindsdien anders naar me
gekeken en vooral veel gelachen. Mensen proberen me met hun lach
duidelijk te maken dat ze ontzettend met me meeleven. Dat lijkt hun
mimiek mij althans te willen zeggen. Zo’n lach vol medelijden
geeft je trouwens een gedetailleerde kijk op iemands rimpelvorming.
Werkelijk elk gezichtsspiertje spant zich in het medelijden over te
brengen.
Er zijn meer zaken waar je als gehandicapte (ander) zicht op
krijgt. Als je in een rolstoel zit, ben je gedwongen de hele dag
door derrières te checken. Daar kwam ik op Koninginnedag
achter, toen m’n vriendinnen mij, zittend in een mooi
karretje, door de Jordaan vervoerden. Ik werd soms letterlijk met
mijn neus op de feiten gedrukt. Geen pretje als je weet dat na een
nacht vol alcohol de winden rijkelijk waaien.
Ook werd mij duidelijk welke musea het goed voor hebben met
hun gebrekkig of niet lopende medemens. Het onderdeel
‘toegankelijkheid’ op hun websites had het eerste
weekend na het auto-incident mijn volle aandacht. Want in een
leenrolstoel het museum door, dat was toch beter dan de hele dag
thuis op de bank. En dus reserveerde ik dat weekend tweemaal een
rolstoel en duwde mijn vriend me zowel door het Groninger als het
Singer museum. Hij parkeerde me voor een kunstwerk, liep even rond
en verplaatste me op mijn teken naar het volgende werk. Door mijn
positie in de stoel keken alle kunstwerken op me neer en de
lichtval was ook net even minder vanaf de onderkant bekeken. Maar
daar kreeg ik wel veel aandacht en een meelevende glimlach van de
suppoosten en baliemedewerkers voor terug. In het Gooische Laren
telde ik minder rimpels dan in Groningen.
Mei 14 2013
bewerk!
Omdat ik al 13 jaar in Amsterdam woon, stam ik nog uit de tijd dat
je ‘gewoon’ onder het Rijksmuseum door fietste. Je deed
dat als het zo uitkwam, het was geinig en soms scheelde het je nog
tijd ook. Vervolgens kon dat een tijdje niet, 10 jaar om precies te
zijn. Dat de heropenstelling van het fietspad onder het Rijks dus
enige media-aandacht krijgt, vind ik niet gek. Maar het Parool
schrijft er al wekenlang elke dag over. Facebook loopt vol met
foto's en filmpjes van fietsers die uit de tunnel tevoorschijn
komen al zagen ze voor het eerst het levenslicht, er worden
(illegale?) straatraces georganiseerd onder het Rijks en ook op
Twitter raken de Amsterdammers niet uitgepraat over dit stukje
fietspad. Het was dan ook wel razend spannend de afgelopen weken;
mochten we wel, mochten we niet, mochten we de hele dag en mochten
we in het weekend ook? Je zou er bijna niet van slapen. Gelukkig
was er nog ander nieuws om ons af te leiden, zoals de ingestorte
kledingfabriek in Bangladesh. Konden de fietsers tenminste even de
zinnen verzetten.
April 11 2013
bewerk!
Rode koontjes, opgetrokken mondhoeken en zweethandjes die graag en
veel wilden klappen; de meisjes in de grote zaal van Paradiso
werden gisteravond allemaal een beetje verliefd. Op Lucky Fonz de
derde. Bij elk grapje dat de zanger maakte, begonnen de vrouwen als
opgewonden tieners te giechelen. Maar ook de mannen in de zaal
keken vertederd naar hun geslachtsgenoot op het podium.
Het was niet alleen wat hij zei, het was vooral de manier
waarop. Waar Lucky Fonz III het in zijn liedjes meer moet hebben
van zijn teksten en keyboardspel, is het juist tussen de liedjes
door dat zijn stem de grootste kracht is. In een geveinsd bijna
kinderlijk accent kletst de blije singer-songwriter de avond aan
elkaar. Soms klinkt hij daarbij als een Amsterdams straatjochie,
dan weer hoor je dat hij zijn jeugd in het zuiden des lands
doorbracht. Hij stelt zich kwetsbaar op, eert zijn publiek, komt
vrijwel meteen terug voor een hele lange toegift en maakt het
gewoon hartstikke gezellig. Aan het eind van de avond gaan we dan
ook allemaal naar huis met het gevoel er een nieuwe vriend bij te
hebben. En in het geval van de dames, zelfs een nieuwe
liefde.
April 08 2013
bewerk!
“Ik begrijp het niet. Vanmorgen speelden we nog zoals
elke dag in het gras, nu zit ik met twee vrienden opeengepakt in
een tas. We hangen aan zo’n ronkend ding waarvoor we ons zo
vaak uit de voeten hebben gemaakt. De rest van ons hangt hier ook.
Helaas zitten uitgerekend wij boven iets dat heel veel lawaai maakt
en ook nog eens gloeiend heet is. Nog nooit heb ik het zo warm
gehad. Ik weet dat het beter is rustig te blijven zodat het niet
nog warmer wordt, maar het lukt me niet.
We stoppen, eindelijk. Misschien was dit alles gewoon een
verhuizing, wordt dit onze nieuwe plek. Zes van ons zijn al
losgemaakt zelfs. Maar ze kwaken zoals ze nog nooit hebben
gekwaakt…!”
Maart 02 2013
bewerk!
Een beetje tam was het optreden van San Cisco afgelopen donderdag
in de Melkweg wel. Toch gingen de handen massaal de lucht
in.
Februari 19 2013
bewerk!
Lange tijd was, zeker in de grote steden, het slot meer geld
waard dan de fiets waar het om heen hing. De fiets zelf hoefde
weinig meer te zijn dan een verzameling stangen met een stuur, een
zadel en twee volle banden. Versnellingen, bruin lederen zadels en
bijpassende mandjes; we moesten er niets van hebben. In de stad zou
het alleen maar stuk gaan of gejat worden.
Inmiddels ligt de waarde van veel fietsen ver boven die van
menig tweedehands auto of scooter. De fiets is een statussymbool
geworden, een überhip ding waarmee je gezien mag (moet)
worden. Gekleurde kettingen, stangen met sloten erin en
paraplu’s eraan, een fiets van hout, BMX sturen, ingebouwde
automatische versnellingen, aluminium velgen. Je moet keihard
fietsen wil je de ontwikkelingen bijhouden.
Waar het bedrag dat we aan een fiets uitgeven vertienvoudigd
of misschien wel verveertigvoudigd is, leggen we voor een slot nog
steeds nagenoeg hetzelfde neer. Daar tegenover staat wel dat we
onze fietsen tegenwoordig verzekeren tegen diefstal, net als andere
waardevolle bezittingen. Wordt hij na een jaar gejat, dan mag je
gewoon een nieuwe uitzoeken. Eentje waarmee je weer helemaal
meefietst met de laatste trends.
Augustus 22 2012
bewerk!
De mug is momenteel het meest gehate diertje van Nederland.
Bewoners groot en klein, stedelingen en mensen van het platteland,
ze zijn allemaal slachtoffer van dit nutteloos insect. Het gonst in
de Hollandse slaapkamers. In de nachtelijke uren vinden meer
slachtpartijen plaats dan in menig oorlogsgebied en het straatbeeld
kenmerkt zich door lichamen vol rode, jeukende bulten.
Bij mij gaf de klok 4:44 aan vannacht, toen mijn lichaam het
getreiter van de muggen niet langer aankon en me wakker maakte. Het
zoemde om me heen dus ik wist meteen wat me te doen stond. Ik
knipte het licht aan en gaf m’n ogen de tijd om aan de
onnatuurlijke situatie te wennen. Het duurde even alvorens ik de
mug (of waren het er meer?) in de smiezen kreeg, ondanks dat ik met
het opzetten van m’n bril mijn zicht tot 100% had
gebracht.
Tijdens de rondgang met bedlamp langs muren en plafond,
bescheen ik keer op keer de mug die ik de nacht ervoor had vermoord
(uitgerekend met een interieurblad). Dat kon de dader niet zijn.
Maar plotseling zag ik de boosdoener zitten. Ik gebruikte wederom
de ELLE Decoration als vliegenmepper en gaf een ferme klap op de
muur. Blijkbaar raakte ik ook echt alleen de muur want op het
tijdschrift geen sporen van bloed en ook op wand en vloer geen dode
mug te bekennen. De zoektocht ging voort.
Zeker tien minuten verstreken voordat ik weer een mug tegen de
wand zag zitten. Wederom deelde ik een klap uit, maar nog steeds
bleef het zoemen in mijn oren. En ook na de derde klap was het niet
stil. Ik vroeg me af of ik langzaam gek aan het worden was en
misschien dingen hoorde die er niet waren. Dat bleek niet zo te
zijn want even later zag ik het beest rondjes om mij heen vliegen,
zowel linksom als rechtsom. Verwoede pogingen om de mug in de lucht
te doden, mislukten.
De tijd verstreek en meerdere malen keerde ik terug naar mijn
plek onder de lakens, maar steeds weer doemde het gezoem op. In
mijn wanhoop probeerde ik zelfs nog de slaap te hervatten terwijl
ik volledig onder de lakens lag, dus inclusief hoofd. Al snel werd
duidelijk dat dat mijn eigen dood zou betekenen. Toch maar weer het
licht aan. Toen het gezoem na de zoveelste, ogenschijnlijk rake
klap, wederom verder ging, riep ik radeloos uit: “Prik mij
maar lek!”. Ironisch genoeg was dat nou juist wat ik wilde
voorkomen. Ik verzamelde daarom m’n laatste moed en toen, om
5:56, deelde ik de genadeklap uit. Meer dan een uur had de strijd
geduurd. Terwijl ik langzaam weer in slaap viel, vroeg ik mij af of
ik nou eigenlijk als winnaar uit de bus was gekomen.
Augustus 06 2012
bewerk!
“Hun hebben geen zin”…Een piep zwelt aan in
mijn oren als je dat zegt. Ik word er zelfs een beetje
verdrietig van. En volgens Paulien Cornelisse maakt mij dat
een taalpurist. Zij is dat naar eigen zeggen niet, omdat ze
taal veel te leuk vindt. Maar ik vind taal ook heel leuk, Paulien.
En ik herken me ook niet in de andere kenmerken die je de
taalpurist toedicht, namelijk:
- raakt opgewonden van taal
- is een zeurpiet
- eet vermoedelijk slecht
- heeft, ook weer vermoedelijk, slechte sex
Het zou te veel afleiden van het onderwerp van
‘gesprek’ als ik inging op bovenstaande. Daarom
een sprongetje terug in de tijd. Op de
website van het genootschap van Onze Taal
lees ik dat al in 1954 een lid zich beklaagt over het gebruik
van ‘hun’ als onderwerp van de zin, door inwoners van
Utrecht en omgeving. Hij vraagt zich af of deze gewoonte ook
buiten Utrechtse contreien voorkomt en wat volgens
taalkundigen de beste methode ter verbetering is. Nou meneer,
ik kan u vertellen, in de rest van het land kunnen ze er ook wat
van. En wat in ieder geval niet lijkt te helpen, is de
kwaadwillende eens in de zoveel tijd verbeteren. Wat ook geen
effect heeft, is een dialoog voeren en na elk verkeerd gebruik
van het woordje ‘hun’ demonstratief de zin herhalen
maar dan op correcte wijze. Ze horen het gewoonweg niet.
Waarschijnlijk ben ik te mild, want de redactie van
Onze Taal antwoordde destijds dat de sleutel tot succes een
goede leraar Nederlands is. Eentje die zijn leerlingen keer op
keer verbetert en ze angst inboezemt door te zeggen dat ze in
sommige kringen niet voor vol worden aangezien met dit
taalgebruik. Nu ben ik copywriter en geen lerares Nederlands. Maar
misschien kan ik mij uit hoofde van mijn functie wel opwerpen
als taaljurist. In deze rol zal ik tot vervelens toe mijn
hardleerse medemens verbeteren. En bij elke 100 fouten (ik
blijf mild) volgen er sancties, variërend in hoogte.
Ja, leuk. Hier word ik opgewonden van!